|
Op deze pagina
geven we enkele voorbeelden van de wijze waarop het EIM op een verantwoorde manier zijn uitwerking kan
hebben in de praktijk. De
voorbeelden zijn afkomstig van cliënten en ondersteuners van triAde, de
organisatie waar Johan Timmer sinds 2004 als gedragskundige werkt. Ook bij
triAde werkt hij aan verdere ontwikkeling van de het Eigen Initiatief
Model.
|
Toen
ik in 1994 promoveerde aan de universiteit van Groningen vroeg Gijs
van Gemert – mijn promotor – me om in één zin uit te leggen
wat de kernboodschap was van mijn onderzoek. Mijn antwoord was:
‘In de kern leren mensen met een verstandelijke beperking zelf na
te denken in de training die ik heb ontwikkeld en geëvalueerd en
daardoor worden ze minder afhankelijk van anderen’. Wat het Eigen
Initiatief Model (EIM) – zoals mijn leermodel later is genoemd –
onderscheidt van veel andere leermodellen is dat mensen heel gericht
vaardigheden voor het denken leren waarmee ze zich in
het dagelijks leven allerlei situaties en taken zelf kunnen
aanleren. Mensen die zelf kunnen nadenken kunnen zelf bedenken op
welke manier ze thuis allerlei verschillende maaltijden kunnen
bereiden. Mensen die zelf kunnen nadenken kunnen - als ze ergens
naar toe willen reizen - zelf uitzoeken op welke manier en via welke
route en vervoersmiddelen ze van huis naar de plek kunnen reizen
waar ze naar toe willen. Het EIM omvat - naast een intructie die
mensen leert op welke manier ze kunnen nadenken over allerhande
dagelijkse situaties (het verkeerslicht) – ook uitgangspunten die
sterk overeenkomen met de uitgangspunten van ‘Ondersteuning in
Samenspraak’ van triAde: zelf keuzes maken, probeerruimte krijgen,
zelf verantwoordelijk zijn. Eén van de belangrijkste principes van
het EIM is net als bij ‘Ondersteuning in Samenspraak’: ruimte
geven en grenzen stellen’. In deze bijdrage lichten we met een
paar voorbeelden het EIM toe. Het eerste voorbeeld gaat over Anton,
met wie ik een busreis maak in Almere. Daarna komt Mart van Trigt
die haar medewerkers van het Vermesteam in Almere volgens de
de uitgangspunten van het EIM heeft voorbereid op de overstap naar
werken in een echt bedrijf. Als laatste komt Marga Verhoef aan het
woord. Zij gebruikt het EIM in de ondersteuning van één van de
bewoners van de aanleunwoning van Phoenix in Emmeloord.
Anno
2005 is het EIM een belangrijk leermodel dat door veel organisaties
is ingevoerd. Ook bij triAde weten steeds meer ondersteuners wat
onder het EIM wordt verstaan en is men enthousiast over de
mogelijkheden om mensen te ondersteunen. Toch is een waarschuwing
hier op zijn plaats. Regelmatig kom ik tegen dat men zegt: ‘wij
werken volgens het EIM’. Alsof EIM voor alle problemen die men
tegenkomt het ‘Ei van Columbus zou zijn’. Niets is minder waar.
EIM is slechts één ven de vele leermodellen die in de
‘gereedschappen kist’ van begeleiders moet zitten. Pas als
mensen als hoofddoel hebben dat zij willen leren nadenken over
situaties in het dagelijks leven, komt EIM als mogelijk geschikte
aanpak in beeld.
Johan Timmer
|
|
Anton
reist zelfstandig met de bus
Tijdens
zijn ondersteuningsplanbespreking zegt Anton dat hij wil leren
reizen met bus. Deze kans kan ik niet laten schieten, dus stel ik
Anton voor dat ik hem dat wel wil leren. ‘Maar’, zeg ik meteen,
‘Ik ken Almere niet, dus jij moet bedenken waar je naar toe wilt
reizen, wat je daarvoor nodig hebt en op welke manier je moet
reizen. Ik ga alleen mee.’ Eén van de belangrijkste uitgangpunten
van het EIM is dat je mensen heel directief in een leersituatie
brengt. De wens van Anton is een leersituatie op een
presenteerblaadje. Op de afgesproken dag ga ik naar Anton toe. Als
hij naar buiten komt vraag ik hem als eerste: ‘Heb je nagedacht
over waar je naar toe wilt?’. ‘Ja, we gaan naar Almere Haven.
Naar Tante Truus Appeltaart op de Kerkgracht’. Ik vraag
vervolgens: ‘Weet je hoe je daar moet komen en wat je ervoor nodig
hebt?’. “Ja we moeten eerst naar de bushalte en dan nemen we
lijn 5 naar het station en daar stappen we over op de 3 naar Almere
Haven Centrum. Dan is het nog een stukje lopen’. Op mijn vraag of
we iets nodig hebben voor we de bus kunnen pakken zegt Anton dat we
een strippenkaart nodig hebben. Hij denkt dat we 1 strip moeten
afstempelen. Daarop zeg ik: ‘1 strip lijkt me wat weinig. Volgens
mij hebben we meer nodig. Ik weet niet hoeveel, maar hoe kunnen we
er nu achter komen hoeveel strippen je moet stempelen. Daarop zegt
hij spontaan: ‘Dat moet jij vragen aan de chauffeur’, waarop ik
spontaan zeg: ‘Nee, ik reis alleen met je mee, dus ik vraag
niks’. Als we bij de bushalte komen – Antonweet heel goed welke
halte we moeten hebben – en de bus is gearriveerd, vraagt hij aan
de chauffeur hoeveel strippen we nodig hebben. Met lijn 5 gaan we
naar het station. Op het station moeten we overstappen op lijn 1
heeft hij gezegd. Maar ik zie dat ook lijn 3 naar Almere-Haven
Centrum gaat. Omdat ik niet weet of Anton kan lezen, vraag ik hem of
hij kan lezen wat voor op de bus staat. Dat weet hij niet. Ik vraag
vervolgens of hij wel het cijfer herkent. ‘Ja, dat is de 3!’. Ik
zeg dat lijn 3 ook naar Almere-Haven gaat en vraag of we die dan ook
kunnen nemen. ‘Oh’, zegt Anton gelijk, dat ga ik even aan de
chauffeur (!!!) vragen’. We nemen de 3 en gaan langs bij Tante
Truus Appeltaart.
Daarna
reis ik met Anton weer terug. Als we daar zijn vraag ik hem waarom
hij zei dat hij wilde leren met de bus te reizen. Door met hem mee
te reizen en hem vragen te stellen ben ik erachter gekomen dat Anton
eigenlijk alles weet wat je moet weten om in Almere met de bus te
kunnen reizen. Hij kent alle lijnen uit zijn hoofd, weet waar ze
naar toe gaan. Hij weet welke haltes hij moet uitstappen om naar
bepaalde vrienden of naar zijn ouders te gaan. Waar ik helemaal
versteld van sta is dat hij me uitlegt dat hij de tijden op de
kaartjes bij de bushalte vergelijkt met de tijd op zijn digitale
horloge. Op deze manier kan hij zien hoe laat de eerstvolgende bus
komt. Op mijn vraag wat hij kan doen, mocht hij eens bij een
verkeerde halte uitstappen, zegt hij dat hij – als hij echt niet
meer zou weten – gewoon naar het station reist van Almere Stad.
Als hij daar is weet hij namelijk welke bus hij moet nemen om thuis
te komen. En komt hij er echt niet uit, dan belt hij met zijn
mobieltje en ‘dan moeten ze maar even een taxi sturen’.
Waar
ik achter kom als ik met Anton reis, is dat hij uitstekend zelf kan
nadenken over hoe hij moet reizen in Almere. Ook nieuwe routes kan
Anton heel goed zelf uitvogelen. Toch reist hij eigenlijk nooit
alleen. Op mijn vraag waarom hij nooit alleen gaat zegt hij dat hij
het wel gezellig vindt als er iemand meegaat. Na dit reisverhaal
heeft Kim, zijn persoonlijk ondersteuner, een vervolg gegeven aan
deze leerervaring en hem geleerd het nadenken volgens de stappen van
het verkeerlicht toe te passen bij het zelf koken. Anton kookt
inmiddels op afgesproken avonden zelfstandig en bedenkt daarbij zelf
wat hij gaat koken, wat hij daar bij nodig heeft en hoe hij het gaat
maken. Binnenkort ga ik op uitnodiging bij Anton eten. Zijn ouders
zijn enthousiast nu zij zien dat hun zoon ineens een enorme
ontwikkeling doormaakt.
Johan
Timmer
|
|
Werken
in een bedrijf – de medewerkers van Vermes
Sinds
07-07-2005 is een groep van 14 mensen vanuit industriAde
gedetacheerd bij de Firma Vermes te Almere. Hier verrichten zij
allerlei werkzaamheden. Zowel in
het magazijn van Vermes als op een eigen afdeling. De werkzaamheden
variëren van het verpakken van menuhouders, stiften, het nieten van
kopkaarten, het plakken van stickers tot het verwerken van
menukaarten. De medewerkers van de
Vermesgroep hebben de werkzaamheden geleerd volgens de instructie
van het Eigen Initiatief Model. Op
zich zijn mijn medewerkers zelf verantwoordelijk voor hun eigen
werk. Als
werkbegeleider ben ik natuurlijk wel eindverantwoordelijk
voor het product dat we afleveren . Voor de
‘tussenstations’ zijn de medewerkers van het Vermes-team
zelf verantwoordelijk
Voorbeeld:
Een medewerker heeft
als werkopdracht 1 doos
à 60 stuks menuhouders te verwerken. We spreken af dat als ze iets
niet weet, ze met mij kan overleggen zodat we samen kunnen kijken
hoe zij haar probleem op kan lossen. Als werkbegeleider zie ik, dat
bij het pakken van materialen iets niet helemaal goed gaat (te
kleine kopkaart) , ik grijp echter niet in en wacht af wat de
medewerker gaat doen. Tijdens het verloop van
haar werk komt de zij er zelf achter dat de kopkaart niet op
het zakje past. Zij gaat de te kleine kopkaart wisselen voor de
goede kopkaart die wel
op het zakje past.
Voorheen
had ik ingegrepen, nu wacht ik af en ervaar ik dat medewerker zelf
signaleert dat iets niet goed is en zij het probleem zelfstandig kan
oplossen.
Voorbeeld:
Een
gedragskundige
komt
langs voor een gesprek. We zitten aan het bureau te praten.
Ondertussen zie ik dan één van mijn medewerkers klaar is met zijn
werk en niet gelijk nieuw werk zoekt. Hij blijft zeker een half uur
aan zijn tafel hangen. Johan houdt mij tegen als ik wil ingrijpen en
zegt: ‘Hij weet heel goed dat hij komt om te werken. Wacht maar en
geef hem de kans zelf te bedenken dat hij initiatief kan neme om
ander werk op te pakken’. Na een tijdje zegt Johan: ‘Kijk eens
Mart!’. Mijn medewerker is uit zichzelf ander werk gaan pakken en
is weer druk bezig. Ik heb hem inderdaad niets hoeven zeggen. Hij
heeft zelf de verantwoordelijkheid genomen (Er is
altijd voldoende
werk voor iedereen aanwezig.)
Voorheen
had ik het gesprek afgebroken om mijn medewerker nieuw werk te
geven. Nu kon ik rustig met het gesprek doorgaan en kon ik na afloop
mijn medewerker complimenteren!
Voorbeeld:
Ik kreeg onverwacht een cursus van een dag aangeboden door de
Firma Vermes. De cursus werd gegeven in het bedrijf waar we werken.
Het was echter door tijdgebrek niet meer mogelijk te regelen dat een
collega mijn werk overnam op de cursusdag. Toch heb ik ervoor
gekozen de cursus te volgen en mijn medewerkers zonder begeleiding
te laten werken. Wel had ik geregeld dat een vaste medewerker van
Vermes voor mijn team aanspreekpersoon zou zijn voor het geval er
problemen zouden zijn. Voor mij ee n experiment. Zomaar ineens moest
ik mijn medewerkers alleen laten werken. Zouden ze doorwerken?
Zouden ze er geen zooitje van maken en de boel op stelten zetten?
Dit experiment heeft me ervan overtuigd dat mijn mensen zich
inmiddels voor 100% verantwoordelijk voelen voor het werk dat ze
doen en niet meer ten volle afhankelijk zijn van mijn begeleiding.
En daar trots op zijn.
De
aanspreekpersoon van de Firma Vermes
heeft regelmatig even
een oogje in het zeil gehouden. De medewerkers hebben de
verantwoordelijkheid voor hun werk op zich genomen met minimale
begeleiding. Toen ik om
3 uur terug kwam vertelden ze me trots hoe GEWELDIG het gegaan was
zo zonder mij.
Als
iemand mij dit een paar jaar geleden had voorspeld, dan had ik
hem uitgelachen. Medewerkers van de Vermesgroep hebben in het
afgelopen jaar zelf leren denken, zijn zelfstandiger geworden in hun
werk. Zijn trotser geworden op de prestaties die zij ZELF leveren.
Mart
van Trigt.
|
|
Werken
met het EIM. Hoe gaat dat nu in de praktijk?
In
Emmeloord is een woonvorm waar 7 cliënten wonen. Zij worden
ondersteund door 3 persoonlijk ondersteuners (p.o.-ers). Hoewel deze
cliënten behoorlijk zelfstandig zijn, lopen we soms vast in de
ondersteuning. Zo ook gebeurt dat met cliënt Nathan. De hulpvraag
van Nathan is: Ik wil meer invloed op mijn eigen leven. Door
allerlei (storende) factoren lukt dat niet echt.
Na
een intervisie waarin ik als p.o.-er het advies krijg met een
gedragskundige te praten, gaat het EIM-balletje rollen. Het
enthousiasme van Johan Timmer over het EIM werkt aanstekelijk en
maakt mij, de cliënt en collega’s gemotiveerd ermee te gaan
werken. Dit gaat natuurlijk niet vanzelf. Ons team heeft zich
grondig verdiept in de literatuur over het EIM, we hebben een
trainingsdag gevolgd, we hebben regelmatig gesprekken met Johan over
de voortgang en …. ik maak een plan van aanpak voor Nathan.
En
dan aan de slag! Dat valt nog niet mee. De knop moet om. Niet meer
ondersteunen door helpen, behoeden voor fouten, falen en risico’s,
maar een wezenlijke verandering van je (grond)houding door het creëren
van probeerruimtes. Even lastig, dat wel, maar fouten maken mag. En
als je merkt dat het werkt ben je samen weer een stapje verder.
Hoe
is het sindsdien met Nathan gegaan? Op zijn kamerdeur hangt het
“verkeerslicht” als visuele ondersteuning. Dat gebruiken we
steeds weer bij onze voortgangsgesprekken. Zoals hij zelf
zegt: “EIM is eerst nadenken voordat je begint”. “Of ze jou
wel snappen, of je wel goed hebt nagedacht”. “Groen is hoe je
het hebt aangepakt”. En dan illustreert hij het nog met een
voorbeeld: “Als je gaat koken moet je ook eerst over nadenken”.
“Waar je eerst mee wilt beginnen over nadenken”. “En of je wel
goed hebt gedaan met EIM”.
Wat
zie ik zelf aan verandering en vooruitgang? Bij mezelf: ik ben me
steeds bewust van mijn eigen houding. Ik geef ruimte om te oefenen
en om fouten te maken, maar stel ook grenzen. Ik laat de cliënt
zelf bedenken hoe om te gaan met nieuwe situaties en laat hem zelf
beperkingen ontdekken. Ik stel steeds de vraag: bedenk wat je wilt
bereiken en op welke manier wil je dat bereiken. Bij Nathan zie ik
dat hij zich minder afhankelijk opstelt. Hij denkt na over hoe hij
zelf dingen kan regelen en bepalen en voert het uit. Door te
spiegelen en vragen steeds terug te spelen, leert hij bevestiging
zoeken bij zichzelf. Doordat zijn zelfvertrouwen groeit,
stelt hij zich assertiever op naar huisgenoten.
Voorbeeld:
Nathan
geeft aan meer zakgeld te willen. In een gesprek hierover wordt
duidelijk waarom hij dat wil: Hij heeft gemerkt dat alles duurder is
geworden (krant, broodje bij de voetbal etc.). Vervolgens bedenkt
hij verschillende mogelijkheden, waarvan hij er 1 kiest: de weg van
de minste weerstand. Daarna bedenkt hij zich een aantal dagen later
(dit is toch niet zo slim) en kiest voor de mogelijkheid die
waarschijnlijk het best werkt. Hij voert het uit en heeft succes!
Winst: het is gelukt, want ik heb nagedacht.
En
wat nu zo leuk is: medebewoners horen ervan, worden nieuwsgierig. Je
eigen houding werkt door naar andere cliënten. De olievlek breidt
zich uit! Ook de andere 2 collega’s werken al een poosje met een
“eigen” cliënt volgens het EIM. Onlangs zijn we daarmee ook
gestart met het koken. Het resultaat is verbluffend. Een paar cliënten
kunnen inmiddels zelfstandig koken; d.w.z. ingrediënten verzamelen,
klaarzetten wat je nodig hebt, volgorde van koken bepalen en
vervolgens uitvoeren. Anderen hebben nog ondersteuning nodig in de
vorm van helpen met nadenken: wat ga ik koken en hoe ga ik dat
aanpakken en uitvoeren.
Wij
met z’n tienen zijn erg enthousiast over het EIM. Het is een
nieuwe uitdaging, voor zowel cliënt als p.o.-er.
Marga
Verhoef
|
|